Rust en Leiderschap

De hond leiding geven                            

In de huidige samenleving is uw hond volledig afhankelijk van u als leider. U geeft geeft de hond richting in het leven. Geeft aan door regels en begrenzing wat de hond wel en niet mag. Door de duidelijke regels weet de hond precies waar die aan toe is. Deze duidelijkheid geeft uw hond rust. 

Om duidelijke leiding te geven heeft u geen geweld nodig. In tegendeel zelf. Door zelf rust uit te stralen. Bewust te zijn van de communicatie van uw hond en uw eigen communicatie naar uw hond toe straalt u al leiderschap uit. Door kennis en bewustzijn krijgt u als leider ov er uw hond rust en zelfvertrouwen. 

De manier van leiderschap is voor iedere hond anders. Een hond is een individu, een uniek eigen karakter. Waar de ene hond veel leiderschap nodig heeft omdat de hond onzeker is, kan de andere hond die zelfvertrouwen heeft een ander soort leiderschap nodig. Voor iedere hond geld dat er duidelijke regels zijn die het hele gezin naar de hond toe gelden. Wat de hond vandaag niet mag, mag de hond morgen en in de toekomst ook niet. 

Leiding geven kan echt op een positieve manier. Als leider van je hond geef je ook leiding in situatie's die je hond lastig vindt. Is je hond onzeker en bang voor andere onbekende honden dan neem je de leiding als je een andere hond tegen komt. Je laat de hond geen contact hebben met de andere hond om een onaangename ontmoeting te voorkomen. 

Als leider verdiep jij je in het karakter van de hond. Wie is de hond? Wat vindt de hond leuk? Hoe kan kan de hond een oefening aanleren op een manier die bij de hond past? Beheerst de hond een oefening zoals "hier", ben je daar consequent in, beloon je de hond omdat de hond bij je komt als je daarom vraagt, dan beloon je hem. Basis commando's zijn essentieel om je rol als leider te kunnen vervullen. 

Loop je tegen problemen aan met de hond, bekijk dan op welke manier jijzelf de omgeving zo in kan richten, dat je jouw hond het beste kan begeleiden.

1.) Neem zoveel mogelijk situaties in je hoofd vast door en bedenk hoe je daar op kan reageren. Voorkomen is altijd beter dan iets proberen op te lossen op het moment zelf.
2.) Bekijk jouw omgeving;, hoe kun je het beste lopen; waar kun je het beste lopen; op welke tijd kun je het beste lopen, zodat je jouw hond zoveel mogelijk kunt helpen.
3.) Bedenkt van te voren wat je kunt doen, wanneer je toch ineens met een hond geconfronteerd wordt bijvoorbeeld die te dichtbij komt. Omkeren; achter een auto of boom wachten, een oprit op, een bosje inlopen etc. Weet de plekken uit je hoofd waar je kunt uitwijken. Maak de wijk tot je speelveld, of zoek een andere plek om te lopen.
4.) Zet oefensituaties zo op dat jouw hond succesvol wordt in wat je voor hem voor ogen hebt. Dat kan bijvoorbeeld zijn: op een normale manier een andere hond passeren. Maak een plan van te voren en bekijk hoe je jouw hond zoveel mogelijk ondersteuning kan geven, zodat hij hier goed in wordt!
5.) Sta stil bij de verwachtingen die je hebt van je hond. Stel ze desnoods bij. Als je hond iets lastig vindt dan kun je voor een andere aanpak kiezen. Zorg dat je hond zich veilig en gezien voelt door jou.